Het is bijna zes uur… voedertijd…
Ik hoor dat ze onrustig worden..
Hun ogen schieten nerveus heen en weer op zoek naar voedsel
Neuzen gaan de lucht in, op zoek naar voedsel
Ik begin zenuwachtig te worden…
Heb ik wel overal aan gedacht?
Heeft het de juiste garing?
Zijn de ingrediënten in de juiste verhouding gemengd?
Is het niet te warm?
Is het niet te koud?
Heeft het de goede kleur? (zelfs het allerkleinste stukje groen wordt verafschuwd)
Staan de juiste kleur borden op de juiste plaats?
Zijn de porties exact goed afgemeten?
Heeft iedereen te drinken?
Het ziet er goed uit vandaag
Ik heb waarschijnlijk overal aan gedacht
Het gebrul zwelt aan
De roedel komt richting de tafel
Het zweet parelt op mijn voorhoofd en ik neem nog maar een slok wijn om mijn zenuwen iets te kalmeren…
Pff, alles zit min of meer onbeschadigd aan tafel
Ze zien er hongerig uit vandaag
Ik denk nog: “Het gaat goed vandaag!” Read the rest of this entry »
Zomaar, zonder dat ik het in de gaten had, is S. in een nieuwe levensfase terechtgekomen. De fase van de jungle, waar het recht van de sterkste geldt.
Dog-eat-dog. Er worden geen gevangenen genomen.
Op het schoolplein rende alles door elkaar heen. Hier een schreeuw, daar een duw, daar een boos kijkende moeder. Heel anders dan we gewent zijn en ik merk dat S. er even moeite mee heeft. Ik sla een arm om hem heen ter bescherming, maar realiseer me dat hij het toch zelf moet doen. Ik heb hem overgeleverd aan de leeuwen, die namen hebben als Cederick, Joost, Karen & Margriet. De poorten van de arena gaan open, en de roedel stormt naar binnen. Er zit niets anders op dan mee te stromen.
Eenmaal in het lokaal aangekomen heerst een heel andere atmosfeer, geen competitie, geen survival, maar een bijna serene rust. Een leeuwin komt naar S. en geeft hem een aai over zijn wang. Een heel intiem gebaar dat ik niet van een 5 jarige verwacht. S. voelt zich gesterkt en brult. Het gaat goed komen met die jongen. Ik heb het moeilijk, hij niet. Hij staat op een rots, aanschouwt de roedel, brult en ziet dat het goed is. Ik ga door de regen naar huis en omarm mijn zwaarmoedigheid.
“Ga maar liggen”
“OK”
“Leg je hoofd maar plat”
“OK”
“Helemaal op de grond”
“OK”
“Blijven liggen”
“Ga je me pijn doen?”
“……”
“Gaat het pijn doen?”
“Ik ga iets pakken om mee te spelen”
“….”
“Kijk wat ik heb. Leuk hé?”
“euh….. wat ga je daar mee doen?”
“…..”
Je blijft boven me staan met het speeltje, geen idee wat er door je hoofd speelt op dit moment, maar aan de uitdrukking op je gezicht te zien: niet veel goeds. Ik herken een bijna duivelse glimlach, en vrees het ergste. Read the rest of this entry »